Verhaal dapperheid kent geen tijd

 

Het is snik heet in het kleine huiskamertje. Zweetdruppels glijden langs zijn rode wangen naar beneden. Maar hij zet door. Morgen heeft August zijn optreden!

Op zijn oude piano oefent hij door. Valse akkoorden klinken door de ruimte. De hitte zorgt ervoor dat hij snakt naar ademlucht.

Ping Ping. Zijn stevige vingertjes drukken zelfverzekerd de pianotoetsen in.

PING-PING-PING een grote hand drukt abrupt 5 toetsen tegelijk in. De jongen schrikt hevig en kijkt in de grote boze ogen van zijn vader.

"En nu direct naar je kamer. Hier wordt niet gespeeld, maar gewerkt!"

Vluchtig maakt de jongen zich uit de voeten. Op zijn kamer is hij lichtelijk in paniek. Hij moet oefenen. Maar hoe?

August heeft een idee. Zonder dat zijn vader het kan merken sluipt hij naar buiten. Als een haas rent hij door de straten. Net op tijd springt hij aan de kant voor een auto, die hem hard voorbij rijdt.

Buiten adem staat hij stil. Zijn hart bonkt stevig in zijn keel. Zonder na te denken pakt hij de koude ijzeren deurknop vast en drukt hem naar beneden.

 

Er is niemand in de kerk. Hij kijkt rond en zijn ogen beginnen te twinkelen, wanneer hij de enorme grote kerkorgel ziet. Maar hoe komt hij daar? August herinnert zich, dat er een klein deurtje moet zijn, die toegang geeft, tot de wenteltrap die hem omhoog leidt. Het is lang geleden, dat hij hier was. Hij kan zich herinneren, dat hij hier kwam, samen met zijn vier zussen en ouders.

 

Wanneer zijn donkere, bruine ogen de grote kerk aftasten, ziet hij achter in de kerk het kleine houten deurtje. Voordat hij het beseft, staat hij al op de eerste traptrede. De trap wentelt omhoog, maar de stenen liggen schots en scheef. Het is er koud. Een rilling loopt over zijn rug. Het contrast met het snik hete huiskamertje en nu de kille kou is groot.

 

Bij het enorme orgel blijft hij stokstijf staan. 'Wat is die prachtig!' De stalen buizen blinken in het licht, wat door het glas in lood tevoorschijn komt. Het is een sprookjesachtig tafereel. Doodstil is het in de enorme kerk en het lijkt alsof hij in het niets verdwijnt.

 

Moedig stapt hij naar voren en nadat hij helemaal is ontdooid van zijn indrukken, trekt hij het krukje naar achteren. Met zijn handjes slaat hij hard op de zacht fluwelen bekleding.

"Uhhh uhh."

Het stof vult zijn longen.

Ping, ping. Heel voorzichtig galmen de eerste 2 klanken door de hoge kerk. Het geluid weerkaatst terug en zijn oortjes vangen de trillingen op. August vindt het een prettig geluid.

Het is dé aanmoediging om door te gaan. Zonder te stoppen speelt hij zijn muziekstuk af.

En nog een keer.

En nog een keer en nog een keer.

En nog een keer.

Net zolang tot dat hij helemaal buiten adem is van het oefenen. Zijn armpjes doen er zeer van, maar tevreden staat hij op. Met een grote glimlach schuift hij het krukje terug. Zijn handjes slaat hij verschillende keren tegen elkaar, net alsof hij tegen zichzelf wil zeggen: "Dat heb je goed gedaan!"

 

De volgende dag is het zover. De zaal is muisstil en hij hoort dat zijn naam wordt omgeroepen. Dapper staat hij op en vol zelfvertrouwen betreedt hij het trapje naar het podium. Op de derde rij ziet hij zijn ouders en vier zussen zitten. In spanning wachten ze af...

Na enkele seconde drukt hij de eerste toetsen in. En na enkele minuten heeft hij zijn laatste akkoord gespeeld. De enkele seconden tussen zijn laatste akkoord en het oorverdovend applaus lijken uren te duren. Hij staat op en maakt een diepe buiging met zijn handje op zijn buik. Hij voelt zich dapper! Maar het allerbelangrijkste vindt hij het geweldige gevoel, dat hij zijn familie trots heeft gemaakt, door zijn eigen droom te verwezenlijken!